Uniform loonbegrip nadelig voor lage lonen


Het overzicht laat de ontwikkeling van het netto loon en de werkgeverskosten zien van een werknemer met loonheffingskorting, voor lonen tussen 500 euro en 10.000 euro per maand.

Bij een loon van 500 euro gaat de werknemer er op achteruit, als gevolg van een verlaging van de loonheffingsgrens, en de tariefverhoging van de eerste schijf van 33,15% naar 37%.

Dit negatief effect draait om in een stijging als gevolg van het wegvallen van de bijtelling ZVW en een verhoogde arbeidskorting. Het omslagpunt wordt bereikt bij ongeveer 1750 euro.

Het verdwijnen van die bijtelling ZVW, een gevolg van de uniformering van de heffingslonen voor SV, ZVW en loonheffing, wordt naarmate het loon hoger wordt een steeds grotere factor. De oorzaak is dat de ZVW-premie in 2012 hoger werd naarmate het loon steeg, en dus steeg ook die bijtelling op het loonheffingsloon.

Het piekeffect treedt op bij een loon van ongeveer 3000 euro, hierna kalft het voordeel weer af. De grootste oorzaak hiervan ligt in de verlaging van de arbeidskorting voor de hogere lonen.